Wat zou jij doen?

Stel je voor je zit op je favoriete plek en je denkt na over je gezondheid en die van je naasten en de mensen om je heen. Iedereen heeft wel wat, de ene migraine, de ander diabetes, hartproblemen, slaapproblemen. En voor de één zal dit redelijk zorgeloos zijn, maar voor de ander helaas niet.images-26

Je hebt al tijden last van chronische klachten. En of je het nu wilt of niet, je moet het accepteren. Volgens je arts is er geen oorzaak te vinden en behalve het bestrijden van symptomen is er niet veel aan te doen.

Op een dag drukt er iemand op de bel van een deur waar bijna nooit iemand binnenkomt. Je ziet een gedaante door het kleine raam.

‘Wie is daar?’ roep je, terwijl je rustig opstaat. De persoon antwoord niet.
Je schuift een tafeltje en een doos opzij.
‘Wie is daar?’ roep je nogmaals door de brievenbus.

‘Hallo!’ antwoordt een vriendelijke stem, ‘ik heb een bericht voor u.
Een bericht die uw situatie zou kunnen veranderen.’

Situatie veranderen? denk je.
‘Wat weet jij daar van? Wat bedoel je?’ roep je verbaasd.

‘U bent chronisch ziek, u heeft chronische klachten en er is geen oorzaak voor te vinden aldus de artsen, klopt dit?’

Vol verbazing sta je naar de persoon te kijken. Je voelt je aan de ene kant boos worden en aan de andere kant verbaasd.

‘Ehm… Ja dat klopt…’ zeg je nadat je van je eerste verbazing bent bekomen.

‘Ik kan u helpen. Er is een methode waarvan de wetenschappelijke basis eind 1800 begin 1900 is gelegd en waar verder aan is gebouwd.

Er is wel degelijk een oorzaak voor uw ziek zijn en uw klachten. Dit betekent dat er ook een oplossing is. Een oplossing die niet simpel te noemen is, maar waarbij je van a tot z een fysiologische verandering gaat bewerkstelligen, zodat de klachten stap voor stap verdwijnen.

Wij kunnen er voor zorgen dat u zich beter gaat voelen…’ vervolgt de stem zijn verhaal.

Je voelt je verward? Beter? Methode? Oorzaak? Wel een oplossing? Wetenschappelijk? Maar de artsen dan, die zeggen toch dat er geen…

‘Hallo?’ hoor je de stem je gedachten onderbreken.

‘Mag ik u wat informatie geven, zodat u het rustig kunt lezen, kijken en informeren?’

In eerste instantie hoor je een kleine stem in jezelf NEE schreeuwen, maar je besluit toch ja te zeggen.

‘Dank je wel!’ hoor je de vriendelijke stem zeggen, terwijl er een kaartje door de brievenbus wordt geschoven.

Je hoort de persoon weglopen, pakt het kaartje en loopt totaal verbaasd terug naar je stoel.
“Stap voor stap van chronisch ziek naar chronisch gezond!” staat er op het kaartje geschreven. Een paar websites staan er ook op.

Heel diep in je hart zou je meteen al meer willen weten en je loopt terug naar de deur.
Je bent net te laat. De persoon is in geen velden of wegen meer te zien.

Ietwat teleurgesteld ga je weer naar binnen. Je zoekt de websites op. Er is veel te zien en je leest dat er veel mensen zijn die klachten hebben overwonnen. Klachten die je zelf ook hebt: angsten, astma, depressie, chronisch moe enzovoort.

Zou het echt zo zijn dat ik mijn energie terug krijg en van mijn klachten af kom? denk je vertwijfeld.

Je bekijkt een filmpje waarin over deze specifieke methode wordt verteld. En laat het allemaal even bezinken.

Een tijdje later denk je er weer aan en het blijft spoken. Stel je voor dat het wel werkt!
Ik heb al zoveel geld en tijd gestoken in het beter worden en het heeft me niks opgeleverd! Stel dat dit het is! Stel dat ik nooit meer moe ben, ademklachten heb, migraine en onverklaarbare pijnen heb!

In gedachten doe je wat je vrienden doen: Je kunt weer uren sporten, je kunt zonder gedoe op vakantie, je kunt weer werken en voor je kinderen zorgen!
Stel je voor dat je energie voor tien hebt!!

Alleen de gedachte daaraan maakt je al blij!

Je loopt naar de deur en opent hem. Je blijft op de drempel staan. De zon schijnt en de natuur is prachtig van kleur! Je kijkt in de verte. Er zwaait iemand naar je.
Zou dat die persoon zijn? denk je. De persoon wenkt je.

Je twijfelt, maar besluit te gaan. Wat maakt het uit? Van informatie vragen word je immers wijzer.

De persoon vertelt je alles wat je wilt weten! En zodra je geen enkele vraag meer hebt ga je weer naar huis.

Je bent opgetogen en nog steeds een beetje sceptisch. Maar het is toch anders, omdat je nu meer weet. Omdat je er stiekemweg van overtuigd bent geraakt dat dit WEL eens voor blijvende verandering zou kunnen zorgen!

Je besluit er voor te gaan! Voor een toekomst zonder chronische klachten. Wat zou jij doen?

Wil jij er meer van weten?

http://www.chronisch-gezondzijn.nl

Of mail me: info@chronisch-gezondzijn.nl

(C)Tini Lubberink, januari 2017

Stap voor stap van chronisch ziek naar chronisch gezond

Geenzinkoekjes met blijsmaak

Geenzinkoekjes

Twee weken geleden besloot mijn zoon met een vriend naar het zwembad te gaan. Echter, een paar dagen nadat de afspraak was gemaakt komt er een WhatsApp-bericht binnen, die hij direct leest. Ik zie zijn vrolijke humeur veranderen in een pittige donderbui.

‘Niks is meer leuk. Ik had me zo verheugd. Alles gaat altijd mis,’ moppert hij teleurgesteld. Hij gaat niet zwemmen, omdat hij een verjaardag heeft en daar niet aan gedacht heeft,’ vertelt hij.

‘Och dat is jammer. Maar, dan kan het toch een andere keer?’ constateer ik.

‘Nou ik vind het stom en nu is mijn hele weekend verpest. Dit is vanaf nu een geenzinweekend.’

‘O jee! Een geenzinweekend?’ herhaal ik. Nou gezellig, denk ik terwijl ik een manier probeer te vinden om het negatieve om te zetten naar positief. Ik begin op Geenzin te associëren:

‘Geenzinvrijdag. Geenzinzaterdag. Geenzinzondag. Geenzindrinken…’ En ik heb ineens een idee. Hij houdt van koekjes bakken.

‘Jaah! Geenzinkoekjes bakken!’ roep ik. ‘Is het niet leuk om dit nu te gaan doen?’

Ik merk dat er een verandering in zijn gemoedstoestand ontstaat en zie ook een kleine twinkeling in zijn ogen. Ik ga onverstoorbaar verder. ‘Oh en zondag krijgen we geenzineten. Heerlijk, ik verheug me nu al.’

‘Jahaah Mam! Stop maar! Ik ga nu, geenzinkoekjes bakken!’ lacht hij en staat op om te kijken of alle benodigdheden er zijn. Dat is niet zo, dus brengt hij eerst nog een vliegensvlug bezoek aan de supermarkt om de rest op te halen. Vervolgens hoor ik een klein uur lang alleen wat ovenplaatgekletter en gestamp van beneden komen. Hij is duidelijk druk aan de slag. Een klein uur later komt hij boven.

‘Zo de geenzinkoekjes staan in de oven,’ laat hij me enthousiast weten en gaat in de draaistoel naast me zitten.

‘Geenzin,’ zeg ik gekscherend en kijk er quasi-chagrijnig bij. Hij kijkt me aan en bespeurt een miniscule grijns.

‘Maar ik heb ze wel met liefde gemaakt,’ lacht hij.

‘Dat is fijn jongen en ze smaken vast heerlijk’ zeg ik, terwijl ik apetrots op hem ben. De chagrijnigheid die groteske vormen aan had kunnen nemen door de tegenvaller, is helemaal omgeslagen naar een positief gemoed. Het hele geenzinweekend verloopt relaxed en ontspannen.

En de koekjes? Die smaakten verrukkelijk! En waar ik ook niet genoeg van kon krijgen, was de bijzondere mooie ‘b-lijsmaak’.

(c)Tini Lubberink, 11 juni 2013

Uit de oude -TAART- doos

TAART

1986

Het is vrijdagochtend elf uur. Ik loop stage in het Schienvat, een buurthuis, in het Drentse dorp Erica. Ik zit onder andere in de organisatie van het jeugdtoneel en verricht op dit moment hand – en spandiensten. Ik moet een paar boodschappen halen. Met mijn autosleutels en portemonnee in de hand, loop via een kleine vierkante gang de deur uit naar mijn auto. Ik doe mijn kraag omhoog. De wind joelt om het gebouw, het is snerpend koud.

Ik rijd weg en even later parkeer ik de auto aan het verlengde van het parkeerplein bij de supermarkt. Ik bezoek de melkboer en de bakker om ook brood, koek en de taart te kopen. Met volgepakte armen loop ik terug naar de auto. Het brood en de taart leg ik heel even op het dak, zodat ik de deur kan openen. Vervolgens leg ik snel alles in de auto en stap zelf ook in. Ik start de auto en rijd achteruit de doorgaande weg op en rijd weg. En nadat twee bochten naar rechts ben gereden, realiseer ik me ineens, dat ik mijn gekochte taart nergens zie!

O nee, denk ik. Ik rem en draai het raampje open. Er vliegt geen taart mijn motorkap op. Zou het er nog op staan? Ik steek mijn arm naar buiten en voel wel het koude dak, maar geen doos en stap zelfs nog uit om te kijken. Belachelijk natuurlijk, want ik kan wel op mijn gele boerenklompen aanvoelen, dat dit ding er allang afgevlogen is. Ik moet vreselijk lachen en heb een beeld voor me van mijn knalgele auto, die de bocht om scheurt, waarbij de taart met een mooie boog te pletter valt op straat.

Ik rijd zo snel mogelijk terug en ja hoor, daar bij mijn eerst genomen bocht, staat een oude opa, met hele kromme bananenrug, mijn taart onder zijn snelbinders te doen. Ik toeter. Hij hoort niks. Ik rijd door, rem vlakbij hem en stap uit. De man kijkt op. Ik probeer mijn lach onder controle te houden en zeg: ‘Die taart is net van het autodak afgevallen, meneer.”

De man kijkt me aan: ‘Ach wicht, is die taart van joe? Nou dan kriej’ ‘m weer.’ Hij haalt de doos van zijn bagagedrager en geeft het terug.  ‘Ja,’ zegt hij in zijn beste nederlands, ‘aj niet komen was, dan had ik het mooi met naor huus neumen.’

Ik bedank de man vriendelijk en loop terug naar de auto. Zodra ik zit en de deur dicht heb, bekijk ik het hoe het eruit ziet. Ik had verwacht dat het één grote chaos zou zijn, dit is niet het geval. Alleen alle slagroom zit wel aan de deksel. Het is totaal ontoonbaar en zeker niet geschikt om uit te delen. Dit kost me vast een nieuwe taart, denk ik. Ik start de auto en ga terug naar de bakker. Dit keer zet ik de auto vlak voor de deur en besluit taartloos de winkel in te gaan.

Nadat een klant voor mij de deur achter zich dicht heeft getrokken, ben ik aan de beurt. Ik lach, de bakkersvrouw lacht ook. ‘Zo jij bent snel terug?’

‘Ja, inderdaad,’ lach ik, ‘ik heb net een taart gekocht, maar… ik heb hem op het dak laten staan .’

‘O jee,’ lacht de vrouw, ‘dat gebeurt vaker en waar is het nu?’

‘In de auto,’ antwoord ik.

‘Haal het maar even, dan kijk ik of we er iets aan kunnen doen.’

Snel loop ik naar de auto om het te halen. Als ik even later terug ben, pakt de vrouw het van me aan. Ze tilt het deksel op en kijkt. ‘Nou gelukkig is de cake nog intact. Ik zal het opnieuw op laten spuiten. Heb je een momentje?’

‘Ja natuurlijk,’ zeg ik en terwijl ik wacht kijk ik verlekkerd de winkel rond, de bonbons, koek en petit fours lachen me vriendelijk toe. Het ruikt hier naar versgebakken koekjes. Maar ik laat me niet verleiden om iets te kopen. Na een kleine vier minuten komt de bakkersvrouw er weer aan en laat me de herstelde taart zien. Het ziet er prachtig uit.

‘O mooi zeg,’ complimenteer ik haar. ‘Wat kost het?’

‘O niks, dit is service van de zaak!’

‘O dat is geweldig, heel erg bedankt!’ Ik pak het aan en loop lachend de winkel uit. Wat een heerlijke verhaal blijft dit, zelfs na al die jaren.

(c)Tini Lubberink, 9 februari 2013

%d bloggers liken dit: