Fit de Zomer in!

Fit de zomer in!

Het is zomer 2013. Ik ben al jaren en jaren moe. Moe in m’n hoofd en m’n lijf. Af en toe kan ik het echt niet verbergen en snauw ik mijn dierbaren toe. Ik schreeuw, jank en ben niet te genieten.
Van minuut tot minuut sleep ik me voort en ben ik blij als ik aan het eind van de dag naar bed kan. Slapen, wakker liggen, slapen en weer wakker liggen. Ik pieker en erger me aan alles omdat ik weer niet kan slapen. En omdat ik me druk maak dat ik er bijna weer uit moet … Vervolgens val ik op het laatste moment in slaap en word ik volledig geradbraakt gewekt door de wekker. Ik ben voorzien van een hele zak watten in mijn hoofd. De dag kan beginnen.
Dag in dag uit, week in week uit en jarenlang…

Voor de zoveelste keer besluit ik om dit niet meer te willen en begin mijn altijd aanwezige creativiteit opnieuw aan te boren. Ik combineer dit met een aantal nieuwe en inspirerende mogelijkheden…
Ik voeg stap voor stap nieuwe invloeden toe en parkeer oude negatieve invloeden of gooi ze weg…

Inmiddels is het zomer 2016. Ik bruis meer en meer. Ik heb meer energie en minder irritaties. Ik heb veel minder pijn en klachten. Ik ben al een aantal kilo’s kwijt. Ik heb veel minder slaap nodig.
Ben ik van al mijn klachten af? Nee dat zeker niet en dat kan ook niet. Het is tenslotte ook niet in één dag ontstaan.
Maar de veranderingen in mijzelf zijn er zeker en daarom ga ik door.

Bovenal: het voelt zo heerlijk dat ik echt niet terug zou willen in de zogenaamde ‘veiligheid’ van chronisch ziek zijn en het nare toekomstperspectief.

Ik geniet met volle teugen van alles wat er op mijn pad komt. Heel af en toe heb ik nog een dotje watten in mijn hoofd. Zo nu en dan een functionele irritatie-dip. Maar over het algemeen kan ik zeggen dat ik uitermate tevreden ben en… dan ben ik nog niet eens waar ik wil en kan zijn!

Oftewel: Ik ben nog lang niet klaar. Mijn energiepeil zal nog veel verder stijgen! Dat zeldzame dotje watten zal verdwijnen en zelfs de functionele irritatie-dips zullen er niet meer zijn. Mijn chronische klachten zullen iedere dag minder erg worden.

Hoe heb ik dit gedaan? En wat heb ik precies gedaan? Dat heb ik samengevoegd tot een prachtig programma.

Tenslotte is er voor iedereen die chronisch ziek is de mogelijkheid om de kwaliteit van leven te verbeteren en/of je chronisch ziek zijn te genezen. Kortom: Jij kunt o13342986_1620854664908525_5495473343662547035_nok Chronisch Gezond door het leven gaan.

En zo is het…
Wil je op de hoogte blijven? Wil je zelf de stap naar Chronisch-GezondZIJN maken? Heb je vragen? Kijk hieronder naar de mogelijkheden!

Tini Lubberink
(c)11-08-2016

Tot slot:

Momenteel leg ik de laatste hand aan de Online – kennismakingsworkshop van Chronisch-GezondZIJN. Meld je alvast aan en krijg de mogelijkheid om het programma met korting te bestellen (de eerste vijf die zich aanmelden) zodra het beschikbaar is: Naar Kennismakingsworkshop

Heb je nog niet de kosteloze Chronisch-GezondZIJN-check inclusief GRATIS advies ingevuld? Klik dan hier: Naar gratis Chronisch-GezondZIJN-check

Delen van dit bericht mag, daarvoor heel erg dank.

Wil je op de mailinglist staan, laat het me dan weten door een mail te sturen naar: chronischgezondzijn@gmail.com

Like mijn Facebookpagina: Facebook
Volg me op Twitter: Twitter
Volg me op LinkedIn

Naar www.chronisch-gezondzijn.nl

Geenzinkoekjes met blijsmaak

Geenzinkoekjes

Twee weken geleden besloot mijn zoon met een vriend naar het zwembad te gaan. Echter, een paar dagen nadat de afspraak was gemaakt komt er een WhatsApp-bericht binnen, die hij direct leest. Ik zie zijn vrolijke humeur veranderen in een pittige donderbui.

‘Niks is meer leuk. Ik had me zo verheugd. Alles gaat altijd mis,’ moppert hij teleurgesteld. Hij gaat niet zwemmen, omdat hij een verjaardag heeft en daar niet aan gedacht heeft,’ vertelt hij.

‘Och dat is jammer. Maar, dan kan het toch een andere keer?’ constateer ik.

‘Nou ik vind het stom en nu is mijn hele weekend verpest. Dit is vanaf nu een geenzinweekend.’

‘O jee! Een geenzinweekend?’ herhaal ik. Nou gezellig, denk ik terwijl ik een manier probeer te vinden om het negatieve om te zetten naar positief. Ik begin op Geenzin te associëren:

‘Geenzinvrijdag. Geenzinzaterdag. Geenzinzondag. Geenzindrinken…’ En ik heb ineens een idee. Hij houdt van koekjes bakken.

‘Jaah! Geenzinkoekjes bakken!’ roep ik. ‘Is het niet leuk om dit nu te gaan doen?’

Ik merk dat er een verandering in zijn gemoedstoestand ontstaat en zie ook een kleine twinkeling in zijn ogen. Ik ga onverstoorbaar verder. ‘Oh en zondag krijgen we geenzineten. Heerlijk, ik verheug me nu al.’

‘Jahaah Mam! Stop maar! Ik ga nu, geenzinkoekjes bakken!’ lacht hij en staat op om te kijken of alle benodigdheden er zijn. Dat is niet zo, dus brengt hij eerst nog een vliegensvlug bezoek aan de supermarkt om de rest op te halen. Vervolgens hoor ik een klein uur lang alleen wat ovenplaatgekletter en gestamp van beneden komen. Hij is duidelijk druk aan de slag. Een klein uur later komt hij boven.

‘Zo de geenzinkoekjes staan in de oven,’ laat hij me enthousiast weten en gaat in de draaistoel naast me zitten.

‘Geenzin,’ zeg ik gekscherend en kijk er quasi-chagrijnig bij. Hij kijkt me aan en bespeurt een miniscule grijns.

‘Maar ik heb ze wel met liefde gemaakt,’ lacht hij.

‘Dat is fijn jongen en ze smaken vast heerlijk’ zeg ik, terwijl ik apetrots op hem ben. De chagrijnigheid die groteske vormen aan had kunnen nemen door de tegenvaller, is helemaal omgeslagen naar een positief gemoed. Het hele geenzinweekend verloopt relaxed en ontspannen.

En de koekjes? Die smaakten verrukkelijk! En waar ik ook niet genoeg van kon krijgen, was de bijzondere mooie ‘b-lijsmaak’.

(c)Tini Lubberink, 11 juni 2013

Uit de oude -TAART- doos

TAART

1986

Het is vrijdagochtend elf uur. Ik loop stage in het Schienvat, een buurthuis, in het Drentse dorp Erica. Ik zit onder andere in de organisatie van het jeugdtoneel en verricht op dit moment hand – en spandiensten. Ik moet een paar boodschappen halen. Met mijn autosleutels en portemonnee in de hand, loop via een kleine vierkante gang de deur uit naar mijn auto. Ik doe mijn kraag omhoog. De wind joelt om het gebouw, het is snerpend koud.

Ik rijd weg en even later parkeer ik de auto aan het verlengde van het parkeerplein bij de supermarkt. Ik bezoek de melkboer en de bakker om ook brood, koek en de taart te kopen. Met volgepakte armen loop ik terug naar de auto. Het brood en de taart leg ik heel even op het dak, zodat ik de deur kan openen. Vervolgens leg ik snel alles in de auto en stap zelf ook in. Ik start de auto en rijd achteruit de doorgaande weg op en rijd weg. En nadat twee bochten naar rechts ben gereden, realiseer ik me ineens, dat ik mijn gekochte taart nergens zie!

O nee, denk ik. Ik rem en draai het raampje open. Er vliegt geen taart mijn motorkap op. Zou het er nog op staan? Ik steek mijn arm naar buiten en voel wel het koude dak, maar geen doos en stap zelfs nog uit om te kijken. Belachelijk natuurlijk, want ik kan wel op mijn gele boerenklompen aanvoelen, dat dit ding er allang afgevlogen is. Ik moet vreselijk lachen en heb een beeld voor me van mijn knalgele auto, die de bocht om scheurt, waarbij de taart met een mooie boog te pletter valt op straat.

Ik rijd zo snel mogelijk terug en ja hoor, daar bij mijn eerst genomen bocht, staat een oude opa, met hele kromme bananenrug, mijn taart onder zijn snelbinders te doen. Ik toeter. Hij hoort niks. Ik rijd door, rem vlakbij hem en stap uit. De man kijkt op. Ik probeer mijn lach onder controle te houden en zeg: ‘Die taart is net van het autodak afgevallen, meneer.”

De man kijkt me aan: ‘Ach wicht, is die taart van joe? Nou dan kriej’ ‘m weer.’ Hij haalt de doos van zijn bagagedrager en geeft het terug.  ‘Ja,’ zegt hij in zijn beste nederlands, ‘aj niet komen was, dan had ik het mooi met naor huus neumen.’

Ik bedank de man vriendelijk en loop terug naar de auto. Zodra ik zit en de deur dicht heb, bekijk ik het hoe het eruit ziet. Ik had verwacht dat het één grote chaos zou zijn, dit is niet het geval. Alleen alle slagroom zit wel aan de deksel. Het is totaal ontoonbaar en zeker niet geschikt om uit te delen. Dit kost me vast een nieuwe taart, denk ik. Ik start de auto en ga terug naar de bakker. Dit keer zet ik de auto vlak voor de deur en besluit taartloos de winkel in te gaan.

Nadat een klant voor mij de deur achter zich dicht heeft getrokken, ben ik aan de beurt. Ik lach, de bakkersvrouw lacht ook. ‘Zo jij bent snel terug?’

‘Ja, inderdaad,’ lach ik, ‘ik heb net een taart gekocht, maar… ik heb hem op het dak laten staan .’

‘O jee,’ lacht de vrouw, ‘dat gebeurt vaker en waar is het nu?’

‘In de auto,’ antwoord ik.

‘Haal het maar even, dan kijk ik of we er iets aan kunnen doen.’

Snel loop ik naar de auto om het te halen. Als ik even later terug ben, pakt de vrouw het van me aan. Ze tilt het deksel op en kijkt. ‘Nou gelukkig is de cake nog intact. Ik zal het opnieuw op laten spuiten. Heb je een momentje?’

‘Ja natuurlijk,’ zeg ik en terwijl ik wacht kijk ik verlekkerd de winkel rond, de bonbons, koek en petit fours lachen me vriendelijk toe. Het ruikt hier naar versgebakken koekjes. Maar ik laat me niet verleiden om iets te kopen. Na een kleine vier minuten komt de bakkersvrouw er weer aan en laat me de herstelde taart zien. Het ziet er prachtig uit.

‘O mooi zeg,’ complimenteer ik haar. ‘Wat kost het?’

‘O niks, dit is service van de zaak!’

‘O dat is geweldig, heel erg bedankt!’ Ik pak het aan en loop lachend de winkel uit. Wat een heerlijke verhaal blijft dit, zelfs na al die jaren.

(c)Tini Lubberink, 9 februari 2013

%d bloggers liken dit: